Home Thema's Financiën
|
In elke organisatie spelen financiën een grote rol. De Stichting jong Leren ontvangt jaarlijks gelden van rijk en/of gemeente en het is zaak om hiermee op een juiste wijze om te gaan. Om zicht te krijgen en te houden op de verschillende geldstromen van scholen is het van belang om planmatig met financiën om te gaan. Zicht krijgen op het bekostigingsstelsel, het opstellen van de begrotingen en het bijhouden van de uitgaven in vergelijking met deze begroting en tenslotte het vaststellen van een jaarrekening zijn van goot belang. De gelden die een school ontvangt zijn simpel gezegd afhankelijk van het aantal leerlingen per 1 oktober. Dat aantal is bepalend voor de vergoeding in het gehele daarop volgende kalenderjaar. We kennen twee categorieën: groepsafhankelijke vergoeding en leerling afhankelijke vergoeding. Om een goed inzicht te verkrijgen in de inkomsten en uitgaven van een school wordt jaarlijks een begroting opgesteld. Deze begroting kan beperkt blijven tot de materiële baten en lasten omdat de personele uitgaven in principe middels een declaratiesysteem volledig door het Rijk worden vergoed. In het thema financiën houden we ons voornamelijk bezig met het realiseren van een uniforme financieringssystematiek en het bewaken en verder ontwikkelen van een goed financieel beleid. Verder is het van belang beleidsmatig om te gaan met de opgebouwde reserves. Daarnaast vindt er budgetbewaking plaats. In eerste instantie door de directeuren, in tweede instanties door het bovenschools management. Directies en bovenschools management toetsen op basis van de ontvangen overzichten van het administratiekantoor de verhouding tussen begroting en uitgaven. Hierover vindt overleg plaats. Het administratiekantoor is belast met het opstellen van een conceptjaarrekening van de Stichting jong Leren.
Hoofdlijnen Lumpsumbekostiging
Het primair onderwijs heeft vanaf 1 augustus 2006 lumpsum bekostiging. Het schoolbestuur of bevoegd gezag krijgt één geldbedrag voor personeel en materieel. Deze middelen zijn gebaseerd op de leerlingaantallen en vierkante meters van de afzonderlijke scholen.
De lumpsum bekostiging is in hoofdlijnen als volgt te beschrijven:
-
Het budget voor personeel wordt uitgekeerd in geld in plaats van fre’s;
-
De scholen/besturen beslissen zelf waar zij het geld aan uitgeven:personeel of materieel. Deze ontschotting van budgetten is deels vanaf 1 augustus 2004 gestart.
-
Het budget wordt per school berekend, waarbij rekening is gehouden met de leeftijd van het onderwijzend personeel;
-
De kleine scholen toeslag en de gewichten regeling blijven bestaan;
-
Het budget wordt beschikbaar gesteld aan het bestuur. De verdeling van de middelen over de verschillende scholen zal overgelaten worden aan de besturen en de daaronder ressorterende scholen;
-
De overheid bepaalt niet waarvoor middelen worden ingezet. De geoormerkte budgetten komen binnen de totale lumpsum. Het zorgbudget en leerlinggebonden financiering vormen hierop een uitzondering;
-
Door de nieuwe berekening zijn verschillen tussen de oude en nieuwe systematiek onvermijdelijk. Om te reageren op herverdeeleffecten is een overgangsmaatregel van vier cursusjaren.
-
In 2004/2005 zijn de loonkosten gemeten om deze overgangsmaatregel te kunnen bepalen.
-
Om de zeggenschap van scholen ook op bovenschools niveau te waarborgen zijn besturen met meer dan één school verplicht een gemeenschappelijke medezeggenschap in te stellen. De (G)MR krijgt een op een aantal onderdelen in de voorbereiding op de lumpsum een belangrijk adviesrecht. De Wet op de Medezeggenschap (WMO) is daarom aangepast.
-
Om het financieel beleid van het bestuur voor alle betrokkenen in de scholen inzichtelijk te maken, is vanaf 2005 verplicht een financieel jaarverslag te publiceren. In 2006 moet de verantwoording over 2005 middels een financieel jaarverslag plaatsvinden.
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
Huub van Kruchten.
Alle documenten behorende bij dit thema treft u hier aan
|
|
|
|
|
|